
Hoe voorkom je dat de verwarmingsapparaten in je badkamer een gevaar vormen
Het plaatsen van infraroodlampen in een badkamer is een risicovolle actie als je niet voorzichtig bent. Er is overal stoom en condensatie, en water probeert altijd een weg te vinden naar het elektrische systeem. Als de isolatie niet goed is, kunnen er stroomstoringen optreden. En wanneer het om een handdoekrek gaat – iets waar je met natte huid aan raakt – dan is dat een risico dat je echt niet kunt nemen.
Het bevorderen van goede isolatie
De echte uitdaging ligt op de plek waar het verwarmingselement zich bevindt en waar het chassis aan grenst. We gebruiken keramische isolatoren die bestand zijn tegen hoge temperaturen, zodat alles veilig blijft. Deze materialen zijn ideaal, want ze functioneren nog steeds goed, zelfs wanneer ze nat zijn.
Maar de isolatoren alleen zijn niet voldoende. Je moet ook de kabels goed afsluiten. Hierbij maken we gebruik van hitte-uitsmaltubes of siliconencoatings. Waarom? Omdat water sluipend kan doordringen tot in de contactpunten.
Ik raad altijd aan om kabels te gebruiken die dubbel geïsoleerd zijn. Zorg er wel voor dat ze bestand zijn tegen de hitte die de lamp produceert. Er is niets ergers dan dat de isolatie smelt en de draden blootkomen.
Het probleem van de vochtigheid
De meeste van deze lampen zijn gemaakt van kwartsglas. Dit materiaal geleidt geen elektriciteit, wat fijn is. Maar het heeft ook een nadeel: vuil. Stof en zeepresten combineren zich met stoom, waardoor er een dunne, geleidende laag op het oppervlak ontstaat. Hierdoor kan de elektriciteit via deze laag stromen.
Om dit te voorkomen, gebruiken we gepolijst glas of speciale coatings die ervoor zorgen dat het water eraf glijdt. Er is echter een compromis: als je een dikker coating gebruikt voor extra veiligheid, kan er wat warmte verloren gaan. Het is een balansprobleem, maar veiligheid is altijd belangrijker.
De veiligheidsmaatregelen
Laten we eerlijk zijn: geen isolatie is perfect. Op den duur zal er toch iets kapotgaan.
Daarom moet je deze apparaten absoluut aansluiten op een circuit met een RCD of GFCI. We sluiten ook het chassis aan op de aardingsleiding. Denk hierbij aan een soort ‘verzekering’. Als een onderdeel kapotgaat of als vocht het systeem binnendringt, springt de schakelaar meteen uit. Hierdoor wordt een potentieel rampzalige situatie omgezet in een klein probleem dat gemakkelijk kan worden opgelost.